Internet of Things: een boom vol zoete vruchten, maar hoe deze te plukken?

This slideshow requires JavaScript.

Het is vrijdagmiddag 30 september, even voor drieën. Terwijl de door CIONET en zuster community ITWNET georganiseerde conferentie “InterTheThings” al enkele uren in volle gang is, kijkt Herman van Bolhuis op de veranda voor het Tobacco Theater enigszins zenuwachtig om zich heen. Eén van de sprekers heeft zich verslikt in het verkeersinfarct dat de Amsterdamse binnenstad heet en is nog onderweg, terwijl het CIONET event “Business innovation for IT: the business case of the Internet of Things” al op het punt van beginnen staat. Wanneer blijkt dat deze pechvogel bij lange na niet de enige is, besluit pragmaticus Herman dan maar tot een zogeheten ‘academisch kwartiertje’. Als het immers niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat.

Op het moment dat de circa 45 geïnteresseerde communityleden dan op een enkeling na toch allemaal present lijken, betreedt Herman de vloer voor een beknopt woord van inleiding. Hij stelt direct een welhaast existentiële vraag: hoe ver zijn we als mensheid eigenlijk in onze digitale ontwikkeling? We denken dat we al heel wat bereikt hebben, zo vervolgt hij prikkelend, terwijl we feitelijk gezien pas net begonnen zijn. Sterker nog: onze overgrootouders zouden wel eens diep teleurgesteld kunnen zijn als ze de wereld anno 2016 zien, zo stelt hij gekscherend. Auto’s kunnen immers nog steeds niet vliegen, maaltijden bereiden zichzelf niet en teleporteren blijft vooralsnog exclusief voorbehouden aan Spock, Captain Kirk en een handvol anderen (en met name dat laatste is jammer, want dat had vandaag toch mooi een kwartier vertraging gescheeld).

De belofte van diverse science fiction series als Star Trek en The Jetsons is dus nog lang niet ingelost, maar welke veranderingen heeft een ontwikkeling als Internet of Things (ook wel kortweg IoT) inmiddels al wél teweeg gebracht? En hoe hervormt dit organisaties? Aan de hand van een aantal business cases zal vandaag getracht worden licht te werpen op deze en vele andere vragen. Uiteraard zal daarbij, geheel volgens de heersende CIONET traditie van kennisdeling, volop ruimte zijn voor discussie en intervisie.

Het team van CIONET is er ook dit keer weer in geslaagd een aantal absolute experts in het veld te strikken voor een keynote. Een van hen is Maarten Botterman, een man wier imposante CV onder meer bestuurlijke functies bij ICANN, de Nederlandse regering en de Europese commissie bevat. Vanuit zijn voorzittersrol bij de IGF Dynamic Coalition on the Internet of Things houdt hij zich momenteel nadrukkelijk bezig met de ethische kant van IoT. Zoals elke technologische ontwikkeling is ook IoT immers niet inherent goed of slecht; het gaat er om hoe je het gebruikt. IoT brengt wat dat betreft naast de vele benefits ook een flinke reeks uitdagingen met zich mee. Het gaat dan om vraagstukken van economische, maatschappelijke en ecologische aard, maar ook kwesties op het gebied van governance, privacy en veiligheid.

De IGF Dynamic Coalition on IoT probeert richting te geven aan heersende discussies op dit front en propageert daarbij het ‘IoT Good Practice Principle’, dat beoogt IoT producten zo te ontwikkelen dat zij op een ethische en duurzame wijze gebruikt kunnen worden om zo bij te dragen aan een vrije en veilige wereld. Transparantie, verantwoordelijkheid en het bieden van keuzes gelden daarbij als belangrijke voorwaarden. Pas als deze gewaarborgd zijn ontstaat het vertrouwen dat nodig is om een volgende stap te zetten en de technologie op nog grotere schaal te implementeren. Neem de maatschappij mee en loop niet te ver voor de muziek uit, zo luidt daarom Maarten’s dringende advies. Vanuit de zaal onderstreept Manuela Krull-Mancinelli deze gedachte door op te roepen tot informatievoorziening: “Er is nog steeds een grote groep die geen idee heeft wat IoT precies betekent en die onwetendheid leidt tot wantrouwen.”

Als Maarten Botterman onder luid applaus een zitplaats heeft gezocht is het de beurt aan Kees Mensch, Partner bij KEY Transformation Projects en in die hoedanigheid als Programma Manager betrokken bij de business case van netbeheerder Enexis. Een business case die er op is gericht om via IoT meer informatie te vergaren over belangrijke processen, zonder daarbij de administratieve last te verzwaren. Door IoT te integreren in de dagelijkse operatie zou waarde moeten ontstaan, omdat (bestaande) kennis gecombineerd kan worden met real-time data. Een voorbeeld van deze ontwikkeling is het tot voor kort traditioneel ingerichte proces rondom stroomstoringen. Omdat een kabelbreuk niet uit de losse pols te voorspellen is, ondernam men voorheen pas actie wanneer een x aantal klanten in een bepaald gebied de stroomuitval had gemeld. Door middel van het unieke sensorsysteem Smart Cable Guard kan Enexis verstoringen tegenwoordig echter niet alleen veel sneller opsporen, maar in veel gevallen zelfs voorkomen. Dit leidt tot 14% faalreductie en verkort de duur van storingen die zich onverhoopt toch voordoen met 15%.

Smart Cable Guard brengt zijn geld op deze manier dubbel en dwars op. Om meer van dit soort ideeën te genereren heeft Enexis daarom een aantal IoT trainingen opgezet. De bedoeling is dat tenminste 50% van de werknemers een eendaagse, interne stoomcursus volgt. Een percentage dat bij Julie Beardsell enige bevreemding wekt: als dit gedachtegoed zo belangrijk is, waarom wordt de training dan niet gewoon verplicht gesteld? Kees verklaart daarop dat hij het belang van integrale opleiding onderschrijft, maar Enexis bewust gekozen heeft voor een vrijwillig karakter omdat dit de intrinsieke motivatie ten goede komt. Zo bezien is 50% een prachtig streefgetal.

Terwijl in de naastgelegen zaal de borrel al langzaam op gang komt, wordt de laatste van drie presentaties verzorgd door de Brit Peter Sueref, Head of IS Data Science bij British Gas. Data science, zo trapt hij af, wordt onder invloed van tv-series als House of Cards door velen gezien als een even krachtig als gevaarlijk mechanisme, waarmee nauwkeurige voorspellingen gedaan kunnen worden die de maatschappij tot in het diepste van haar vezels beïnvloeden. Gelukkig zit de wereld zo niet in elkaar, stelt hij de zaal gerust. Het recente succes van het nationale voetbalteam van Wales bijvoorbeeld, zo vervolgt hij met een trotse glimlach van oor tot oor, was immers zelfs met behulp van de ook in deze sport alomtegenwoordige big data door niemand te voorspellen.

Data scientists zijn dan ook geen alwetende wonderdokters, maar vooral hardwerkende data miners. Bij British Gas hebben zij zich de afgelopen jaren ingespannen om de IT cultuur te transformeren langs drie dimensies: het ontwikkelen van het huidige personeelsbestand, het werven van ‘open minds’ (in nauwe samenwerking met universiteiten) en het neerzetten van data science als bron van R&D. Er is geen sprake meer van IT enerzijds en business anderzijds, de twee zijn volledig vermengd. Daarmee is ook de business cultuur veranderd: het begrip data science is stap voor stap ontdaan van haar sluier door het oplossen van praktische problemen (‘bring your own data’) en geven van tutorials, er heerst volstrekte openheid over waar men aan werkt (en wat dat oplevert) en er is sprake van gedeeld eigenaarschap van problemen. De noodzaak van deze wederzijdse integratie is volgens Peter kristalhelder: “Every business is an IoT business”, zo stelt hij, want IoT is overal. Samenwerking is essentieel, waarbij IT haar klanten bij de hand zal moeten nemen om ze de finesses van de technologie bij te brengen. Pas dan volgt acceptatie en uiteindelijk adoptie.

Samenvattend lijkt de menselijke factor dus ook in dit geval van niet te onderschatten belang. Het IoT-era mag dan weliswaar revolutionaire, schier eindeloze mogelijkheden bieden, zonder vertrouwen en acceptatie zullen de potentiële benefits nooit geheel gerealiseerd kunnen worden. Het is aan de aanwezige CIO’s en IT-beslissers om hun organisatie en daarmee de samenleving als geheel geduldig te scholen in deze relatief nieuwe ontwikkeling. Alleen dan kan het door onwetendheid ingegeven koudwatervrees overwonnen worden, zodat men samen de zoete vruchten van vooruitgang kan plukken.

Auteur: Frank Verduijn

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *